In de biografieweek van de 11e klas, die in juni van het vorige schooljaar viel (2009-2010), was ik met een collega mee naar Frankrijk, om als toehoorder aanwezig te zijn. Gedurende die week werden er dagelijks kringgesprekken gevoerd en met aandacht heb ik de temperamenten van de leerlingen bestudeerd en aan ze gespiegeld.


Inleiding

Op de vrije school wordt er vaak gewerkt met de ‘temperamenten’. We kennen wel de uitdrukking dat iemand een ‘temperamentje’ heeft, maar deze kijk op mensen reikt verder dan de opmerking dat iemand een pittig persoontje is. Er worden vier temperamenten onderscheiden: melancholicus, cholericus, sanguinicus, flegmaticus.

Het is van belang op te merken, dat de ‘temperamentenleer’ alleen wordt gebruikt in antroposofische kringen en daarbuiten geen bekendheid geniet. Ieder mens heeft zeker drie van de vier temperamenten in zich, maar meestal is er een, die domineert.

De temperamenten zullen hier worden uitgelegd aan de hand van de observaties die zijn gedaan tijdens de kringgesprekken. Het gaat dus om de waarnemingen van de medeleerlingen, niet om die van de leraren. De uitspraken van de leerlingen zijn letterlijk opgetekend. De namen zijn gefingeerd.

Bij elke beschrijving van een temperament gaat het om een werkhypothese: de beschrijving maakt het mogelijk, beter zicht te krijgen op het hoe en waarom van de gedragingen van iemand. Het gaat erom een leerling te leren “lezen”.

Noortje zei, nadat zij was besproken in de kring, over haar gedrag in de klas in al die afgelopen jaren: “ Het zit echt heel diep, dat ik zo doe. Ik weet ook niet waar het vandaan komt. Het lijkt wel een gewoonte of zo. Ik zou het graag willen veranderen.”

Een temperament is inderdaad sterk als een gewoonte. Het is je manier van doen, en die verander je niet zomaar. Wie een opvliegende natuur bezit, wordt niet zomaar iemand die de kat uit de boom kijkt. Toch valt een temperament wel bij te schaven. Het kan daarom helpen, zicht te hebben op je eigen temperament, voor een leerling, leraar en een ouder. Pas als je weet, hoe je doet, en hoe dat op de ander overkomt, kun je besluiten er iets aan te willen veranderen.


De vier temperamenten kunnen worden gekoppeld aan de vier elementen: aarde (melancholicus), vuur (cholericus), lucht (sanguinicus),water (flegmaticus).

De gedragingen van iemand worden erg gekleurd door het temperament. Het kleurt iemands houding in elke situatie. Neem bijvoorbeeld de zitbank, die in de woonkamer staat van de grote boerderij in Saint Dominique, waar de biografieweek plaatsvond.  Daarop kunnen vier mensen zitten. Het voorbeeld is aan de werkelijkheid ontleend. Want bij elk groepsgesprek namen vier mensen plaats op die bank. Toch kwamen er soms nog mensen aanlopen. Elk temperament reageerde anders op dezelfde situatie:

De melancholicus loopt naar de bank, ziet echter dat er al vier mensen op zitten, merkt dus op dat er voor hem geen plaats is, en knikt dan vermoeid, slaakt een zucht, zegt dat hem dat weer moet overkomen, dat het altijd zo gaat en sjokt weg, teleurgesteld, met hangende schouders.

De cholericus loopt naar de bank, ziet dat er al vier mensen op zitten, en zegt gedecideerd: “ Ik vind dat er vijf mensen op de bank kunnen” en gaat gewoon zitten, met grote beslistheid de anderen opzij duwend.

De sanguinicus loopt naar de bank, ziet in een oogopslag dat er al vier mensen op zitten, en springt spontaan op schoot bij iemand en kraait vrolijk hoe heerlijk en gezellig het is!

De flegmaticus loopt naar de bank, ziet dat er al vier mensen op zitten, kijkt er onverschillig naar, gaat op de grond zitten, schurkt zich tegen de bank, die gerieflijk als leuning wordt gebruikt, en kijkt onverstoorbaar voor zich uit, terwijl de anderen hem vriendelijk begroeten en het gezellig vinden dat hij er zo bij kruipt.

Hieronder volgt ene beschrijving van de vier temperamenten, aan de hand van een leerling uit de kring. De uitspraken die tussen aanhalingstekens staan, zijn letterlijke uitspraken van medeleerlingen.



MELANCHOLICUS

(aarde)


Voorbeeld: Gideon

Opvallend veel leerlingen kwamen met een beeld voor Gideon, dat aan de aarde was gerelateerd: “Als een molletje onder de grond dat zo nu en dan even zijn kopje laat zien.”

Enkele karakteristieken die in het kringgesprek over Gideon naar voren kwamen:
“Je bent erg op de achtergrond.”
“Je bent stil, bedachtzaam en onbereikbaar.”
“Ik ken je het langst, weet het minste van je.”
“Je bent gesloten.”
“Je wacht af.”

“Je piekert en voelt je minderwaardig.”
“Je hebt een laag zelfbeeld.”

“Je bent zorgzaam voor je vrienden.”
“Stille wateren hebben diepe gronden.”
“Je bent kalm en zachtaardig.”
“Er gaat veel rust van je uit.”


SAMENVATTING MELANCHOLICUS


De melancholicus is iemand is vaak iemand met een tengere lichaamsbouw, die voorzichtig in het leven staat, gereserveerd is in zijn houding, zeker als het om nieuwe situaties gaat. Hij voelt eerst de behoefte om de wereld waar te nemen (in plaats van er op af te gaan) en wil eerst alles met eigen ogen zien. Hij kijkt de kat uit de boom. Hij kan een zeker wantrouwen voelen tegenover de omgeving waarin hij zich bevindt, zoals school. Hij kent gevoelens van onmacht en hij is zich wel bewust van zijn capaciteiten, maar is daar altijd ontevreden over, want ze zijn veel te gering.




CHOLERICUS

(vuur)


Voorbeeld: Christine

In het beeld werd vaak het element vuur gebruikt: “Je bent een fluitketeltje.” Je bent snel op stoom en dan laat je van je horen ook en soms kook je dan over.

Enkele karakteristieken:

“Je bent erg aanwezig.”
“Je bent een pittige dame.”
“Je bent fanatiek en gedreven.”
“Je bent iemand voor een leidinggevende functie.” (Thomas)
“Je leeft in extremen.” (Hannah)
“Je houdt van aandacht.” (Hannah)
“Je houdt van een doel: ‘ moet, moet, moet’, een, twee, drie dat ga ik aanpakken!”
“Je hebt sterke emoties en bent het vaak met anderen oneens”
“Je bent een driftkikker.” (Jelle)


SAMENVATTING CHOLERICUS


De cholericus is vaak iemand met een gedrongen gestalte, die met snelle en besliste gebaren kenbaar maakt wat hij wil. De emoties zijn sterk. Er is een directe verbondenheid met de omgeving. Er is sprake van een sterke eigen wil. De cholericus ziet zich als het middelpunt van het gezelschap, neemt snel de leiding en heeft het gevoel onmisbaar te zijn. Hij is energiek, neemt vaak het initiatief en kent een grote werklust.




SANGUINICUS

(lucht)


Voorbeeld: Sophie

Een treffend beeld luidde: “Je bent de Euromast van het sociale.”

Enkele karakteristieken:

“Je bent als een mosplantje met korte wortels: overal groei en bloei je.”
“Je bent vrolijk, spontaan en vrij.”
“Je bent een duizendpoot, met aan elke poot een vriend.”
“Er zijn altijd veel mensen om je heen.”


SAMENVATTING SANGUINICUS


Een sanguinicus is vaak beweeglijk van nature en gaat op in de omgeving. De betrokkenheid met die omgeving is echter heel wisselvallig. Er is een voortdurende attente aandacht, die plots ook op iets anders wordt gericht. Er is vaak sprake van wisselende stemmingen. De sanguinicus leeft vaak met een rijkdom aan beelden. Hij voelt zich overal en snel ergens ‘ thuis’ en op zijn gemak.




FLEGMATICUS

(water)

Voorbeeld: Jan

Over Jan werd bijvoorbeeld door vijf leerlingen, los van elkaar, gezegd: “Je bent een kabbelend beekje.”

Enkele karakteristieken:

“Je bent als een duiker, want je zit altijd onder water.”

“Ik had een behaaglijk gevoel bij jou in het busje.”
“Je hebt een geruststellende werking.”

“Ik voel me veilig en vertrouwelijk bij je.”

“Je neemt voor alles tijd.”

“Soms ben je laks.”
“Vaak zie ik helemaal geen gezichtsuitdrukking.”
“Je hebt een rustige, relaxte werkhouding.”


SAMENVATTING FLEGMATICUS

Een flegmaticus houdt ervan als alles op een dag verloopt via een vast en beproefd patroon, een vast schema. Verstoringen kunnen dan onverwacht irritatie veroorzaken, hetgeen soms kan leiden tot een plotse driftbui, die voor alle omstanders als een totale verrassing komt. De flegmaticus houdt van lichamelijk welbehagen: eten en drinken zijn belangrijke zaken. Hij beschikt over een gelijkmatige rust en kalmte. Traagheid is in zijn manier van doen zichtbaar aanwezig.