“… en hij werd een instrument dat de woorden van Christus overbracht … aan ons.” Met deze woorden werd Rudolf Steiner getypeerd door de Russische symbolist Andrej Belyj, toegewijd antroposoof, in zijn briljante biografie uit 1928 en hij vervolgt: “Hij scheen als het ware terug te schrikken voor de plicht zijn eigen woorden te gebruiken; hij stond er tegenover als tegenover de schaal van de graal; iemand die met zijn wil die heldendaad moest zien te verrichten, net als bij de ronde tafel waarop de graal staat.”

De schaal van de graal… wat mag dat wel betekenen? De eerste keer dat de graal in de literatuur opduikt is het een lichtgevende schaal. De middeleeuwse schrijver Chretien de Troyes schreef daar als allereerste over. De held die er naar op zoek gaat heet Parzival. Hij blijkt uitverkoren en betreedt de graalburcht, maar verzuimt om vragen te stellen, waardoor hij wordt uitgestoten. Tot bezinning gekomen gaat hij opnieuw op zoek naar de graalburcht en dan vertelt het verhaal plots over de verhalen van Gawan en door de dood van Chretien de Troyes bleef het verhaal onvoltooid. Robert de Borron schreef daarna een versie, waarin de graal een kelk is, Wolfram von Eschenbach schreef daarop een versie, waarin de graal een steen is. Het graalverhaal sprak enorm tot de verbeelding, werd mateloos populair en kende in de negentiende eeuw een revival (denk aan Richard Wagner) en is ook nu nog steeds een veelgelezen ‘pageturner’ (denk aan Dan Brown).

Het oorspronkelijke verhaal van Chretien de Troyes is nu een in een frisse vertaling (door Ard Posthuma) opnieuw verschenen. Het is een feest om te lezen, omdat vaart, humor en lichtheid de toon bepalen. De rijmvondsten (het verhaal is in gepaard rijm hertaald) zijn speels en doen aan kwaliteit nog het meest denken aan het briljante werk van Annie M.G.Schmidt. Zee rijmt op chevalier, gedoe rijmt op clou, gevaren op Loire, gratuit op geniet. De lichtheid van toon is opvallend, omdat het zo’n zwaarwichtig onderwerp betreft. Koning Arthur en zijn ridders van de Ronde Tafel worden “maatjes” en “kanjers” genoemd en zij laten zich  “potverdrie”en “stennismakerij” gewoon ontvallen. Het maakt de vertaling springlevend en het verhaal werkelijk onverhoeds toegankelijk.

Het is ook onthutsend om te bemerken dat Wolfram von Eschenbach driekwart van het verhaal gewoon letterlijk gekopieerd heeft. Maar dat is ook een a-historische opmerking. Men noemde dat geen plagiaat, maar navolging. De vraag naar originaliteit ging pas in de Romantiek een rol spelen.

Op 1 januari 1914 sprak Rudolf Steiner in Leipzig over de graal. (Het boek met deze voordrachtencyclus verscheen al eerder in vertaling onder de titel: ‘Christus en het mysterie van de graal’, GA 149). Hij maakte de luisteraar van toen (en de lezer van nu) deelgenoot van zijn vaak vergeefse pogingen de schaal van de graal te duiden. Hij ging te rade bij de Noorse volksgeest, maar hij begreep in eerste instantie het antwoord niet. Hij bezocht de St. Pieterskerk te Rome, zag de pieta van Michelangelo en kreeg niet een visioen maar, naar eigen zeggen, een ware imaginatie. Toen kon hij, jaren later, zijn waarheid onthullen. Wie naar de maan kijkt, ziet de donkere schijf en daaronder de sikkel die oplicht. Wat ziet iemand die dat schouwt? Rudolf Steiner: “ … dan zie je de donkere schijf en in wonderbaarlijke lettertekens in okkult schrift op de maansikkel – de naam Parcival! “ Het beeld valt ook zo te begrijpen: die goudglanzende sikkel is als de goudglanzende schaal, daarin rust de donkere hostie. Een imposant en onvergetelijk beeld. De berekening van Pasen, dat immers jaarlijks op een andere datum valt, is op die maanstand gericht, onthult Steiner.

Tegelijkertijd is het ook waar wat Steiner zelf opmerkt: “Je komt nooit dichter bij de graal met welke woorden dan ook.” Dat geldt natuurlijk ook voor zijn eigen voordrachten. In die zin gaat er niets boven het lezen van het oorspronkelijke verhaal zelf, dat nu in een sprankelende vertaling de hedendaagse lezer daartoe brutaal verleidt!


Chretien de Troyes   ‘De graal’. Amsterdam, uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep.

Rudolf Steiner   ‘Christus en de spirituele wereld’. Amsterdam, uitgeverij Pentagon, 2007. Prijs 27, -

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>