“Er zou nog veel te zeggen zijn als deze schets een kleurrijke schildering zou moeten worden.” Met deze verzuchting sluit Rudolf Steiner zijn laatste van tien verslagen af. Als Steiner sprak, werd alles altijd genotuleerd, maar bij deze voordrachtenreeks die hij in 1922 hield in het Goetheanum, de zogenaamde ‘Franse Kursus’, maakte Steiner zelf verslagen in beknopte vorm. Ed Taylor stelt dan ook in zijn nawoord: “De referaten geven zich niet gemakkelijk gewonnen.” Hetgeen betekent dat ze de lezer nogal op de proef stellen. Want de extracten zijn dor en beknopt als een uittreksel. De starre feiten staan schematisch bij elkaar. Het voordeel is, dat het er geen overdaad aan woorden is. Alles staat keurig gerangschikt bij elkaar.

Steiner gaat bijvoorbeeld in op filosofie, kosmologie en religie. Drie gebieden die hij opnieuw wil inspireren. Hoe? Kennis van de etherische mens is van belang voor de filosofie, de kennis van het astrale lichaam voor de kosmologie en begrip van het Ik voor de kosmologie. Op eenzelfde overzichtelijke wijze gaat hij in op de begrippen imaginatie, inspiratie en intuïtie. Er zijn weinig voordrachten aan te wijzen waarin Steiner zo helder over deze begrippen doceert. Vervolgens gaat Steiner in op de betekenis van de slaap en de functie van de dromen, waarin de mens herhaalde aardelevens beleeft. In een ander referaat zal hij daarover een veelbetekende opmerking plaatsen: “In het astrale organisme leeft een nabeeld van het vooraardse bestaan.” Parels van uitspraken tref je voortdurend aan: “Wat in de diepten van de ziel zich roert als religieus verlangen, is voor het waken de nawerking van het beleven van de sterren tijdens de slaaptoestand.”

Het is duidelijk dat zulke opmerkingen zich niet lenen voor een oppervlakkige lezing. Ze willen herkauwd worden en vragen om een persoonlijke respons. Het lezen van deze ‘Franse cursus’ is beslist een stroeve aangelegenheid. De woorden hebben inderdaad weinig kleur. Ze doen een beroep op de actieve lezer, waarbij wel een grondige kennis van de antroposofie een vereiste is, om niet verloren te raken in deze occulte teksten. De titel van dit boekje is weliswaar zeer pakkend – “Antroposofie in drie stappen” – maar ook misleidend. Alsof je een korte inleiding in de antroposofie ter hand zou nemen. Niets is minder het geval.

Wat verder opvalt aan de voordrachten, is een doublure. Ergens komt Steiner te spreken over de zin van het lijden. Hij merkt op dat het geluk dat we beleven, te danken is aan ons lot, maar dat de echte inzichten die we in ons leven opdoen, te danken zijn aan de “bittere en smartelijke belevenissen.” Deze woorden treft men ook vrijwel letterlijk aan in een andere cyclus van Steiner, nl. in een extra voordracht die hij hield in Oxford, 20 augustus 1922. Steiner plagieert hier zichzelf. Een voetnoot was hier wel op zijn plaats geweest.

De voordrachten van Steiner smeken dus om een respons. Lievegoed is ons daarin voorgegaan, in zijn onmisbare boek ‘Mens op de drempel’ (1983).  Als Steiner bijvoorbeeld keer op keer spreekt van “het moreel-geestelijke waardewezen” en de lezer in verwarring achterlaat, spreekt Lievegoed van een “pakketje” dat ieder mens na zijn aardeleven in de geestelijke wereld achterlaat, om dat pakketje bij een nieuwe geboorte weer op te pikken.  Onmisbaar zijn in mijn ogen zulke ‘vertalingen’ in eigen woorden, van de inzichten van Steiner. Wie de voordrachten uit 1922 op deze manier uitgeeft, neemt zijn lezerspubliek zeer serieus, want gaat ervan uit dat men tot zo’n respons in staat is.

Ed Taylor schreef een inspirerend nawoord. Hoewel hij ook aanvechtbare uitspraken doet (over de ontwikkelingsweg merkt hij op: “Je kunt niet verliezen, alleen maar winnen” – alsof er nog nooit iemand is een psychose is geraakt!), trekt hij een sprekende vergelijking tussen het begaan van een ontwikkelingsweg en het leren spelen van een muziekinstrument. Het is jammer dat het nawoord zo kort uitvalt, want deze vergelijking smaakt naar meer.

In zijn nawoord vermeldt Taylor dat Steiner in 1922 ook de jongeren mobiliseerde, uit onvrede met de toenmalige beweging: “Teveel ingekeerdheid, te weinig daadkracht.” Hij zegt er niet bij dat Steiner ongelofelijk inspirerende woorden sprak tot diezelfde  jongeren. Die cyclus ( de zogenaamde ‘Jugendkurs’) is veel te onbekend gebleven. Ligt hier een taak voor een nieuwe, kleurrijke uitgave in vertaling door uitgevrij Pentagon?


Rudolf Steiner   ‘Antroposofie in drie stappen’. Uitgeverij Pentagon.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>