“Op de ochtend dat hij gearresteerd zal worden…” Zo begint het laatste hoofdstuk uit de debuutroman van de jonge Nederlandse schrijver van Marokkaanse afkomst, Hassan Bahara. De hoofdpersoon ligt nog op bed die ochtend, als de politie binnenvalt in het ouderlijk huis. Of hij Kader Zeroual is? De handboeien gaan om. In de gang huilt zijn moeder op een zangerige manier, zijn zus huilt mee, zijn vader zit op een bank in de huiskamer, hoofd in de handen. De buren kijken vanaf het balkon hoe hij wordt weggevoerd in een politieauto.

Kader, de jonge Marokkaan over wie deze roman gaat, is een stoere en stille jongen die op de havo zit. Naar school gaat hij amper. Hij hangt rond, thuis heeft hij niets te zoeken. Hij blowt veel, heeft een vriendin met wie hij wel slaapt maar niet spreekt, komt met een dealer in contact. Op het schoolfeest randt hij een jong meisje aan in de wc, slaat een docente tegen de vlakte en wordt geschorst. Hij doet mee aan een roofoverval en wordt dan van zijn bed gelicht.

In literair opzicht valt er weinig te beleven aan deze debuutroman. Het proza is vakkundig, maar vlak en voorspelbaar. (Ook de reportages van Bahara, die journalist is, gaan daar mank aan. Het blijft vaak allemaal buitenkant, als hij bijvoorbeeld schrijft over de ‘banlieues’ van Parijs). De verveling van Kader wordt de verveling van de lezer. De taal wordt wel verfrist met hedendaags slang: bradda (geld), doekoe (geld), nakken (neuken), tabakka’s (sigaretten), tatta (Nederlander), zemmels (homo’s).  Maar het is allemaal wel erg cliché:  jonge Marokkaan die spijbelt van school, voortdurend stoned is en het slechte pad kiest.

Over jonge criminele Marokkanen in Nederland schreef Fleur Jurgens (journalist en filosoof) een boeiende studie. De meeste situaties uit de roman van Bahara, die een gezin portretteert, blijken te gelden voor de gehele Marokkaanse gemeenschap. Bijvoorbeeld:  Marokkaanse ouders die niet weten op welke school hun kind zit; Marokkaanse vrouwen die leven als kasplantjes en bij de huisarts klagen over hoofdpijn, maar vooral depressief zijn (in de roman van Bahara wordt er heel wat ‘Seroxat’ geslikt); Marokkaanse jongeren die zich niet identificeren met de Nederlandse buitenwereld, die ze minachten vanwege de zedeloosheid en de softheid, de “wij-cultuur” waarin veel Marokkanen nog leven, waardoor er weinig ruimte is voor individuele verantwoordelijkheid en eigen inbreng, zelfstandig en onafhankelijk denken en handelen ongewenst is.  Fleur Jurgens: “Deze explosieve samenloop van omstandigheden zorgt ervoor dat in de achterstandswijken een Marokkaanse onderklasse groeit van rancuneuze jongemannen, die Nederland de schuld geven van hun kansarme status. Is ontsnappen aan het Marokkanendrama wel mogelijk? ”

Fleur Jurgens sprak meer dan 60 mensen (jongerenwerkers, buurtvaders, huisartsen, psychologen, leerplichtambtenaren, gezinstherapeute) en ploegde de actuele wetenschappelijke literatuur (68 studies) over het onderwerp vakkundig door. Het resultaat is onthutsend. De analyse is scherp en schrijnend, de adstructie in mijn ogen waterdicht. Wat jammer dat haar aanbevelingen ontsierd worden door een misser. In de slotzin beweert zij bemoedigend zegt dat er voor elke Marokkaan een uitweg is, “voor elk individu”, nl. door op het juiste moment de juiste keuze te maken. Maar ze heeft juist zelf met kracht van argumenten aangetoond hoe dubieus die positie van het individu is!

Deze spraakmakende studie werpt een ander licht op de roman van Bahara: de jonge criminele Marokkaan is de huidige rauwe realiteit. Wie dat beseft,  leest een sociologisch documentaire die de lezer naar de keel grijpt. Bahara, die met acht broertjes en zusjes opgroeide in Amsterdam Slotervaart, modelleerde de hoofdpersoon van zijn verstikkende roman naar zijn oudere broer, die ook vastzat voor een ernstig delict.

Heeft de vrije school hier een maatschappelijke taak in de Randstad? Ooit waren de vrije scholen eilandjes van cultuur, anderen ten voorbeeld. Tegenwoordig staat menig vrije school op de zwarte lijst van de inspectie, wegens wanprestaties. Maarten Ploeger heeft als betrokken Amsterdamse vrije schoolleraar jarenlang bijzonder veel en goed werk verricht, zonder klinkend resultaat. Hoe hard nieuwe initiatieven gewenst zijn, blijkt opnieuw uit beide boeken – absoluut verplichte kost voor elke betrokkene – over de huidige tweede generatie Marokkanen. Hans Bahara zegt daarover tenslotte in een interview, dat goed onderwijs een cruciale rol kan spelen.


Hassan Bahara   ‘Een verhaal uit de stad Damsko’. Amsterdam, Van Gennep, 2006.

Fleur Jurgens, ‘Het Marokkanendrama’. Meulenhoff, 2007.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>