“Is het stervensuur voorbestemd?” De vraag werd gesteld aan Volker Fintelmann, hoogleraar geneeskunde in Duitsland, publicist en antroposoof. Zijn antwoord luidde: “Ja, beslist. Zelfs het precieze moment van sterven. Het is tot op de seconde exact in het levensplan van ieder mens opgenomen.” Er is vanuit het antroposofisch mensbeeld een duidelijk idee omtrent het levensbegin – geen abortus, maar er bestaat kennelijk ook een vastomlijnd idee inzake het levenseinde – geen euthanasie. Fintelmann is daarover heel duidelijk: ook bij een ongeneselijke ziekte zit je het hele leven uit.

Hugo Claus werd 75 jaar in 2004. In interviews raakte hij toen al telkens de draad van zijn betoog kwijt en schrijven lukte niet meer. Hij had heldere en ook verwarde momenten. Zijn gevoel voor ruimte en tijd was weg, zijn korte geheugen liet hem in de steek. De diagnose luidde uiteindelijk: Alzheimer. Hij dicteerde zijn vrouw Veerle een e-mail om zijn vrienden op de hoogte te brengen en meldde dat hij zelf zou bepalen wanneer het genoeg was geweest. Hij wilde niet als potplant eindigen. In de laatste weken liet hij oesters aanrukken en champagne. Toen vond hij de zachte zelfgekozen dood op een zelfgekozen tijdstip. Zelden is er met zoveel eerbied teruggeblikt op een schrijver als in deze bundeling ‘De laatste van mijn demonen’, met lucide bijdragen van ondermeer Cees Nooteboom en Erwin Mortier. Niemand die aanstoot nam aan zijn beslissing, behalve de katholieke kerk in de kranten na zijn overlijden.

Wat doet Alzheimer? “De hersenen van Alzheimerpatiënten zijn gekrompen en vertonen grote gaten. Een gat in het geheugen stemt dus meer dan eens ook overeen met een letterlijk gat in de hersenen. Het proces van de ziekte van Alzheimer begint altijd in de diepe hersenen, helemaal binnenin. Doordat er gaten geslagen zijn, kunnen signalen niet meer probleemloos doorgestuurd worden.” Aldus Christine van Broeckhoven. In haar autobiografie ‘Brein en branie’ vertelt ze dat ze haar leven voor de wetenschap beschouwt als een “voorbestemming”. Zij heeft als onderzoeker naar Alzheimerdementie naam gemaakt in België, maar ook in het buitenland, vooral in de Verenigde Staten. Een vrouw in de wetenschap die gezegend is met een olifantengeheugen, met een passie voor het brein en een ongelofelijk doorzettingsvermogen. Van Broeckhoven: “Ik werk hard, lang, gedreven en geconcentreerd.”

Iris Murdoch, de grote schrijfster en filosofe, werd aan het einde van haar leven dement. Haar man, John Bayley, schreef er een hartverwarmend boek over, dat later ook is verfilmd, ‘Iris’. Heel scherp brengt hij de achteruitgang van zijn dierbare vrouw in beeld en beschrijft ook, en dat is zo bijzonder, hoe hij daarmee leert omgaan: “Grappen kunnen dan vaak redding brengen. Het lijkt wel of humor alles overleeft. Een plotselinge lach, flarden rijmelarij, een liedje, plagerige onzinrituelen die vroeger liefdevol uitgewisseld werden, dat alles kan ineen een blije reactie teweegbrengen, en een stralende glimlach, die me altijd doet denken aan het eerste contact tussen ontdekkingsreizigers en inboorlingen als de blanke door een clowneske pantomime de inboorlingen aan het lachen weet te krijgen. Ze is niet te volgen maar is er volledig van overtuigd dat er een geanimeerde uitwisseling plaatsvindt. Soms laat ik mijn eigen ongecoördineerde gedachten dan ook de vrije loop en antwoord met even rare zinnen of verhaspelde citaten. ‘De Chersonesesische tiran was vrijheids meest geduchte vriend,’ zeg ik bijvoorbeeld met een veelbetekende blik. Dan knikt ze ernstig en glimlacht samenzweerderig.”

Het ontroerende fragment komt uit de bijzondere bloemlezing over dementie, ‘Altijd vandaag’. Zeer knap gekozen fragmenten (39 in aantal) van ondermeer: Bernlef, Dostojewski, Inez van Dullemen, Gogol, Bert Keizer, Karel van het Reve, Annie M.G. Schmidt, John  Updike, J.J. Voskuil.

Na het stellige antwoord van Fintelmann dat niemand gerechtigd is zijn eigen levenseinde te bepalen, luidt de volgende vraag natuurlijk: waarom niet? Fintelmann: “Het is de uitdaging aan ieder van ons om met de geschonken levensjaren die nog resten, nieuw karma te scheppen.” Voor wie kennis neemt van de besproken boeken of dementie wellicht ook van nabij meebeleeft,  is zo’n antwoord ongelofelijk wrang. Antroposofie als mensbeeld dat in elke levenssituatie rotsvaste zekerheid verschaft en waar geen plaats lijkt voor de menselijke maat waarin twijfel en vragen opspelen. Hugo Claus nam het heft wel in eigen handen. Onder zijn bewuste e-mail zette hij veelbetekenend: “Ni Dieu, ni maitre”.


‘De laatste van mijn demonen’   Voor Hugo Claus. Uitg. De Bezige Bij, 2008.

Christine van Broeckhoven  ‘Brein en branie Een pionier in Alzheimer’. Uitg. Olympus, 2008

‘Altijd vandaag  Dementie in de literatuur’. (red. Frans Meulenberg, Inez Beaufort). Uitg. Meulenhoff, 2008.


Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>