Petrarca herontdekte de brief als communicatiemiddel tussen vrienden en deze heraut van de Renaissance inspireerde Erasmus ertoe ook een brede correspondentie op te zetten, met talloze koningen, geleerden en kardinalen. Daarmee vestigde Erasmus zijn faam in geheel Europa. Zijn in het Latijn geschreven correspondentie is later door een Engelse geleerde vertaald en uitgegeven – een levenswerk. Op basis van die uitgave schreef historicus Huizinga in 1924 zijn magistrale biografie over Erasmus. Over de jonge kloosterling constateert hij: ”het is een jongeman van meer dan vrouwelijke overgevoeligheid.” Wat daar van te denken?

Later zijn er ook bloemlezingen uit de immense correspondentie verschenen. In 1960 (Noordenbos) bijvoorbeeld, waarbij de keuze een erudiete en een avontuurlijke Erasmus laat zien, met een scherpe pen en een natuur die soms ook naar roddel en achterklap neigde. In 2001 (Favy), waarin een geheel andere selectie uit de brieven werd gemaakt en er portret ontstond van de zeer geleerde bijbelse humanist. Elke bloemlezing, zo blijkt, is altijd ook een interpretatie. De bloemlezer toont het portret dat hij zelf waardeert.

Nu in deze jaren de verzamelde brieven van Erasmus voor het eerst in een Nederlandse vertaling verschijnen, krijgen de woorden van Huizinga opeens een verrassende context. De jonge Erasmus bleek verliefd op een andere kloosterling en uit zijn brieven spreken expliciet homo-erotische gevoelens. Huizinga en daarna diverse bloemlezers achtten die informatie kennelijk niet relevant voor een groot publiek. Hoe pakt de aangekondigde “brede selectie” uit bij de brieven van Steiner?

Een jonge Rudolf Steiner schrijft op 13 januari 1881 aan een dierbare vriend die in de liefde is teleurgesteld. Hij geeft hem deze raad: “…das ist echte Liebe, wo man mit dem Bilde zufrieden ist und das Fleisch nicht braucht, ja es unterdruckt.” Freud was toen pas 25 jaar en moest zijn theorieën nog ontvouwen! In de nieuwe Nederlandse vertaling luidt deze zinsnede zo: “… dat is ware liefde, als je met het beeld tevreden bent en het lichamelijke niet nodig hebt, ja, er zelfs van afziet.” Maar “afzien” is iets geheel anders dan “onderdrukken”! Wat gebeurt er hier? Ik wijs op een andere brief, van 12 juli 1891, waarin Steiner hoog oplopende ruzie heeft met zijn werkgever Suphan in Weimar en die gevoelens, schrijft hij aan Pauline Specht,  “lieber unterdrucken will.” Wat zegt de vertaling nu? De brief blijkt niet te zijn opgenomen. Natuurlijk, niet alles kan gepubliceerd.  Maar toch zijn talloze epistels uit die maanden aan Pauline Specht wel degelijk vertaald! De keuze valt echter telkens op van die brave brieven, die een voorbeeldige Steiner tonen. Of kattebelletjes waarin hij vraagt of hij mag komen logeren… Ongelofelijk! Waar is die prachtbrief van 3 januari 1891 aan Ladislaus Specht, waarin Steiner een onthullend zelfportret schetst: “O, die altijd betweterige en eigenwijze toon die ik altijd aansla!”? Niet opgenomen. Waar is zijn onthutsende brief van 23 december 1895, waarin hij een pijnlijke balans opmaakt over zijn hopeloos vergooide jaren in Weimar? Die man van vlees en bloed wordt buiten beeld gehouden. Waarom?

Laten we een andere steekproef nemen. Steiner wordt verliefd op een al wat oudere weduwe met vijf kinderen. Hij hield kennelijk van wat moederlijke zorg. De brieven aan deze Anna Eunike borrelen over van bruisende levenslust en ongetemde ambitie. Hij is als een kind zo verliefd (2 december 1896), maar tegelijkertijd gaat zijn werk – altijd – voor (24 maart 1897) en dus ziet hij geen tijd om haar te ontmoeten en put zich uit in welgemeende excuses (26 mei 1897), hij belooft zijn leven te beteren, maar desondanks verandert zijn gedrag niet, zo blijkt uit al die liefdesbrieven…! Deze innemende, want menselijke figuur, blijft geheel onzichtbaar, want, het wordt eentonig, al die brieven ontbreken. In plaats daarvan worden we getrakteerd op onbenullige kwesties, als hij (19 december 1896) aan Anna Eunike schrijft dat hij gratis onderkomen heeft gevonden in ‘Hotel Russischer Hof’. Wat kan ons dat huis schelen, als iemand zijn hart opent?

Ik stel vast dat de vertaling zouteloos is, de uitputtende aantekeningen bij de brieven niets dan lof verdienen, maar dat de bloemlezing ons bewust (elke keuze is een interpretatie!) een portret schetst van een man in muisgrijze tonen: vlak en vervelend.


Rudolf Steiner, ‘Brieven’. Zeist, Vrij geestesleven, 2007. (Werken en voordrachten). 45 euro.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>